#WARME RAMEN
/Dinsdag 28 april
#warmeramenactie
Fietsend rijd ik door de straten van mijn dorp. Hier en daar ontwaar ik ramen waar een gedicht op geschreven staat. Hoopvolle, grappige teksten in sierlijke handschriften. Stof tot nadenken in deze Coronatijd en heerlijk fietsen, want ik kijk uit naar nog van die beschreven ramen.
Als bij toeval ontmoet ik de volgende dag, op wandeling met de hond, een man die me de ware toedracht van deze ramen kan vertellen. Een enthousiaste groep dorpelingen zet zich al enkele jaren in om mensen meer met elkaar te verbinden. Dit doen ze door middel van korte, kleine, leuke acties. De poëzie op de ramen is wat ze nu de #warmeramen noemen.
Ik ben onmiddellijk gebeten en met de krijtstiften die ik even mag lenen versier ik ons raam thuis nog dezelfde dag. En zowaar, er wordt mij nadien gevraagd of ik niet nog andere ramen wil gaan beschrijven.
En zo beland ik op een dag bij een dame van ergens vooraan in de zestig. Ze reageerde niet op mijn telefoontjes of berichtjes maar ik reed toch even door haar straat, op weg naar een ander raam. Een buurman toont mij het juiste huis en plots hoor ik vanachter de struiken een vrolijk: “Ik ben thuis hoor!”. Ik stel me voor en het gezicht van de dame klaart op. Ze vraagt me onmiddellijk mee naar binnen. “Neem je fiets maar mee.” zegt ze. Ik volg haar door een poortje, mijn fiets in de hand, over een uitgestrekte groene tuin vol kleurrijke bloemen, tot aan haar achterdeur. Even twijfel ik, mag ik hier nu zomaar binnen gaan? Is dit wel veilig? Maar de dame in kwestie is zo opgewekt en blij, dat ik niet kan weigeren.
Ik neem plaats aan de keukentafel en ze biedt me een kopje koffie aan, wat ik beleefd weiger. Ik zie dat ze een briefje neemt, ze trilt een beetje. Voorzichtig vraag ik welk gedicht ze graag op één van haar ramen wil zien en ze schuift het briefje onder mijn neus.
Luidop lees ik de tekst en stilaan dringt het tot me door dat zij dit zelf heeft geschreven. Wanneer ik klaar ben, kijkt ze me aan, vertwijfeling in haar ogen. “Het is niet zo hoopgevend eigenlijk, hé? “ zegt ze. Ze voelt mijn aarzeling en dan vertelt ze. Stil en zacht. Al vier jaar zit ze thuis, mag ze, kan ze niet meer werken. Reuma zette haar wereld stil. Haar stem wordt krachtig wanneer ze zegt dat ze zich niet laat doen. Ze werkt veel in de tuin, fietst zo vaak ze kan en blijft zo actief mogelijk. Haar tekst is een manier om haar onzekerheid en hulpeloosheid van zich af te pennen.
Ik luister en knik, begrijp wat ze bedoelt en stel voor dat we samen een gedicht zoeken dat hoop kan bieden. Eenmaal dit gevonden toont ze me de ramen waarop ik mag schrijven.
Twee smalle, horizontale ramen, twee meter boven de grond met een haag van een goeie halve meter breed er onder. Stof en spinnenwebben zijn ook van de partij. De moed zakt me wat in de schoenen, maar dit moet ik doen. Voor haar.
Ik vraag haar een nat doekje om de ramen netjes te maken en een ladder. Een beetje verveeld reikt ze me alles aan en wanneer ik de ladder voorzichtig opklim, geeft ze me de steun waar nodig. Het is geen gemakkelijke klus om de letters netjes neer te krabbelen op een raam, wanneer je op deze manier tegen een muur aanleunt, maar ik krijg het voor elkaar en met enige trots kijk ik vanop afstand naar mijn werk. Dan kijk ik de vrouw aan. Ze straalt! Ze is door het dolle heen, kan haar geluk niet op, ratelt vrolijk en gaat binnen snel iets halen. Ze stopt me een doosje chocolaatjes in de hand en bedankt me uitbundig.
“Verbinden” is wat we met deze actie willen bereiken. Wanneer ik verder fiets voel ik me meer verbonden dan ooit met iemand die ik een half uurtje geleden nog niet eens kende.