KLEIN OLIJFJE

Of we willen komen eten zondagavond, vraagt onze zoon. Hij komt net terug van tien dagen stilte retraite. Tien volle dagen weg van de wereld, niemand zien of horen, geen telefoons, geen boeken … een bewuste keuze van hem. “Het geeft een mens nieuwe inzichten.” zegt hij en hij wil ze graag met ons delen.

Het was net voor de semi-lockdown, het weekend waarin de restaurants, hotels en winkels hun deuren verplicht moesten sluiten. Ons weekendje weg met vrienden viel dus in duigen, maar dit etentje met onze kinderen vinden we een meer dan waardig alternatief.

Onze zoon woont sedert begin februari met zijn vrouw in huis bij de dochter en haar lief. Verbouwingen… weet je wel? Onze vier kinderen samen hebben op een zondagavond is voor ons dan ook een echt cadeau.

De tafel is vrolijk gedekt, de zoon staat in de potten te roeren en er heerst een gezellige drukte. Wanneer we met z’n allen samen zijn is het gekakel niet te harden. Er vraagt altijd wel iemand het woord en even vaak praten we met z’n allen door elkaar en moeten we naar 2 verhalen tegelijkertijd luisteren.

Maar de zoon en zijn stilte retraite is een verhaal waarbij we allemaal gefascineerd luisteren. Het lijkt toch wel iets vreemd, je zomaar tien dagen afsluiten van alles en iedereen. Maar we zien dat het hem deugd deed en stiekem vraag ik me af of ik dit ook niet eens zou aandurven.

Wanneer het tijd is om aan tafel te gaan haalt de zoon iets tevoorschijn. “O, ja, ik schreef daar ook voor jullie elk een kaartje.” zegt hij en we krijgen allebei een enveloppe in onze handen gedrukt.

Nieuwsgierig haal ik het kaartje uit, me afvragend of dit misschien behoorde tot één van de sessies ginder, eentje over dankbaarheid of zo.

Ik bekijk het kaartje, een tekening van een moeder ijsbeer met jong… starend naar de maan. “Mooi..” zeg ik nog, “Hadden ze daar echt zo mooie kaartjes te koop? “

Mijn ogen glijden snel over de woorden die onze zoon schreef. Geen dank je wel, zoals ik had verwacht, maar een uitnodiging tot het schrijven van een nieuw verhaal. Zo begrijp ik toch. Ik kijk mijn zoon vragend aan. Hij steekt me een fraai schriftje toe.

Uit mijn ooghoek zie ik mijn echtgenoot fronsend zijn kaartje lezen. De fles wijn die hij daarbij aangeboden krijgt biedt weinig hulp.

“Je begrijpt het niet hé mama? “ zegt onze zoon. “Lees je kaartje nog eens goed.”

Ik lees, voor de tweede keer het korte tekstje, mijn blik struikelt over de woorden: … over zeven maanden….

En dan begint het mij te dagen. Met een ruk kijk ik op richting de vrouw van onze zoon. Ze kijkt me aan met fonkelende ogen en een glimlach van oor tot oor. Ze hoeft niet meer te antwoorden, haar hele lichaam straalt het uit!

Tranen wellen op, mijn keel knijpt dicht, ik spring van mijn stoel en omhels haar stevig terwijl ik in snikken uitbarst. Mijn echtgenoot kijkt verstomd toe, hij snapt er niks van.

“We verwachten een kindje, papa.” zegt onze zoon en dan valt ook mijn echtgenoot hem in de armen.

Wanneer we naar huis rijden die avond, kijken we elkaar aan. Dit nieuws zet onze wereld op zijn kop, we zijn er onderstboven van, we kunnen het niet geloven. Maar het is echt !

We krijgen een nieuwe titel en we zijn er klaar voor!

EA254B6D-0A17-4592-80B7-C1BFA072C654_1_201_a.jpeg

#WARME RAMEN

Dinsdag 28 april

#warmeramenactie

Fietsend rijd ik door de straten van mijn dorp. Hier en daar ontwaar ik ramen waar een gedicht op geschreven staat. Hoopvolle, grappige teksten in sierlijke handschriften. Stof tot nadenken in deze Coronatijd en heerlijk fietsen, want ik kijk uit naar nog van die beschreven ramen.

Als bij toeval ontmoet ik de volgende dag, op wandeling met de hond, een man die me de ware toedracht van deze ramen kan vertellen. Een enthousiaste groep dorpelingen zet zich al enkele jaren in om mensen meer met elkaar te verbinden. Dit doen ze door middel van korte, kleine, leuke acties. De poëzie op de ramen is wat ze nu de #warmeramen noemen.

Ik ben onmiddellijk gebeten en met de krijtstiften die ik even mag lenen versier ik ons raam thuis nog dezelfde dag. En zowaar, er wordt mij nadien gevraagd of ik niet nog andere ramen wil gaan beschrijven.

En zo beland ik op een dag bij een dame van ergens vooraan in de zestig. Ze reageerde niet op mijn telefoontjes of berichtjes maar ik reed toch even door haar straat, op weg naar een ander raam. Een buurman toont mij het juiste huis en plots hoor ik vanachter de struiken een vrolijk: “Ik ben thuis hoor!”. Ik stel me voor en het gezicht van de dame klaart op. Ze vraagt me onmiddellijk mee naar binnen. “Neem je fiets maar mee.” zegt ze. Ik volg haar door een poortje, mijn fiets in de hand, over een uitgestrekte groene tuin vol kleurrijke bloemen, tot aan haar achterdeur. Even twijfel ik, mag ik hier nu zomaar binnen gaan? Is dit wel veilig? Maar de dame in kwestie is zo opgewekt en blij, dat ik niet kan weigeren.

Ik neem plaats aan de keukentafel en ze biedt me een kopje koffie aan, wat ik beleefd weiger. Ik zie dat ze een briefje neemt, ze trilt een beetje. Voorzichtig vraag ik welk gedicht ze graag op één van haar ramen wil zien en ze schuift het briefje onder mijn neus.

Luidop lees ik de tekst en stilaan dringt het tot me door dat zij dit zelf heeft geschreven. Wanneer ik klaar ben, kijkt ze me aan, vertwijfeling in haar ogen. “Het is niet zo hoopgevend eigenlijk, hé? “ zegt ze. Ze voelt mijn aarzeling en dan vertelt ze. Stil en zacht. Al vier jaar zit ze thuis, mag ze, kan ze niet meer werken. Reuma zette haar wereld stil. Haar stem wordt krachtig wanneer ze zegt dat ze zich niet laat doen. Ze werkt veel in de tuin, fietst zo vaak ze kan en blijft zo actief mogelijk. Haar tekst is een manier om haar onzekerheid en hulpeloosheid van zich af te pennen.

Ik luister en knik, begrijp wat ze bedoelt en stel voor dat we samen een gedicht zoeken dat hoop kan bieden. Eenmaal dit gevonden toont ze me de ramen waarop ik mag schrijven.

Twee smalle, horizontale ramen, twee meter boven de grond met een haag van een goeie halve meter breed er onder. Stof en spinnenwebben zijn ook van de partij. De moed zakt me wat in de schoenen, maar dit moet ik doen. Voor haar.

Ik vraag haar een nat doekje om de ramen netjes te maken en een ladder. Een beetje verveeld reikt ze me alles aan en wanneer ik de ladder voorzichtig opklim, geeft ze me de steun waar nodig. Het is geen gemakkelijke klus om de letters netjes neer te krabbelen op een raam, wanneer je op deze manier tegen een muur aanleunt, maar ik krijg het voor elkaar en met enige trots kijk ik vanop afstand naar mijn werk. Dan kijk ik de vrouw aan. Ze straalt! Ze is door het dolle heen, kan haar geluk niet op, ratelt vrolijk en gaat binnen snel iets halen. Ze stopt me een doosje chocolaatjes in de hand en bedankt me uitbundig.

“Verbinden” is wat we met deze actie willen bereiken. Wanneer ik verder fiets voel ik me meer verbonden dan ooit met iemand die ik een half uurtje geleden nog niet eens kende.

WhatsApp Image 2020-04-20 at 17.15.22.jpeg