GEEN AFSCHEID …OF TOCH?

“Mam, pap, zouden jullie het erg vinden wanneer we hier nog wat langer blijven?” Deze vraag kregen we zo een twee weken geleden voorgelegd door onze zoon. Hij en zijn vrouw woonden sedert enkele dagen onder ons dak. Eerder waren ze al bij zuslief ondergedoken wegens de vermeende start van de verbouwingen aan hun huisje. Het mooie weer bracht hun tot bij ons en ze genoten met volle teugen van de tuin, het vogelgezang in de ochtend, de wandelingen met de hond, de fietstochten langs Vlaamse wegen , de zon en het zwembad. “Heerlijk, hier komen we tot rust.” klonk het. . En zo ontpopte zich de vraag of ze voor de rest van de verbouwingsperiode bij ons mochten verblijven.

Toegegeven, het was wel even wennen om plots je volwassen zoon met zijn zwangere vrouw, 24 uur, 7 op 7 weer bij je te hebben. Hij is intussen al meer dan 7 jaar het huis uit. Woonde daarvan zo een vijf jaar in de States waardoor wij hen maar 2 keer per jaar een goeie 2 weken weer bij ons hadden. Intussen kweekten zij hun eigen eetgewoontes, werkgewoontes, leefgewoontes die toch wel wat anders zijn dan die van ons. Maar we knikten enthousiast en antwoordden volmondig : “NATUURLIJK MAG DAT!”

Mijn werkruimte werd ingepalmd en ik verhuisde met mijn spullen naar de woonkamer. De avonden in de zetel voor de televisie die mijn man en ik gezellig vullen met een serie of film kijken, werden ingenomen door avonden met z’n vieren dicht bij elkaar, zoekend naar iets dat ons allen kon bekoren. De kookplaat moest plots gedeeld worden wanneer we beiden wilden koken, dus afspraken moesten worden gemaakt. In de berging namen hun voedingswaren een prominente plek in. Mijn strijkijzer werd verbannen. De tweede ijskast werd volgepropt met boodschappen van hen en zo wrongen ze zich beetje bij beetje in ons leven en onze persoonlijke ruimte. . Er waren momenten waarop ik werkelijk vloekte, wanneer ik bijvoorbeeld merkte dat zoonlief de verwarming alweer wat lager gezet had, zonder ons weten. Of wanneer het doucheglas bezaaid was met kalkdruppels terwijl ik al zo vaak vroeg om eventjes na het douchen het glas schoon te maken. Ik voelde me alsof ik plots de weg kwijt was in mijn eigen huis. Nergens nog een plek voor mezelf, overal dook er wel iets op van zoonlief of van zijn vrouw.

Maar stilaan vonden we een manier om opnieuw samen te leven. We leerden hun wereld kennen, hun stijl van leven, hun wijze van koken en hun kijk op voeding. We ontdekten hoe zij met hun twee een eenheid vormen. Ze kookten voor ons, wij kookten voor hen, we genoten van de frisse, verrassende discussies, we zagen het prille buikje van zwangere schoondochter ontluiken van dichtbij en we merkten dat we toch enigszins een beetje dezelfde smaak hadden op gebied van Netflix series. Het was verrassend om te voelen hoe dicht we weer bij elkaar konden komen en staan.

Vandaag is het huis plots weer leeg. Het feit dat de verbouwingen langer zal duren dan eerst aangegeven zette hen aan om voor de volgende periode een huisje te huren. Ze willen toch graag een eigen stekje om met z’n twee voorzichtig uit te kijken naar een nieuwe periode in hun leven. Eentje met drie. Eentje met een klein roze wolkje in ,hopelijk , hun nieuwe verbouwde nest. Ik snap hen volledig, 6 maanden ergens logeren, niet op vakantie maar als inwonende, is niet evident. Het was voor hen zeker ook niet eenvoudig om zich opnieuw te moeten aanpassen aan “samenwonen” met je ouders, laat staan je schoonouders.

Ik kijk toe hoe ze al hun spullen inladen. Vrolijk en nieuwsgierig naar hun persoonlijke nieuwe stukje “thuis”. Wanneer ze “afscheid” komen nemen, breekt mijn hart, zwelt mijn keel, worden mijn ogen nat. Ik word in een wip terug gekatapulteerd naar de tijden waarin we telkens opnieuw afscheid moesten nemen. De periode waarin hun “thuis” Akron of Portland was. Ongewild huil ik. Ik zal ze missen.

Zoonlief kijkt me aan: “ Is het weer van dat, mama? Kan je de tranen weer niet inhouden? “ Zijn vrouwtje knuffelt me lief en bedankt me met haar hele hart voor de voorbije mooie dagen. Ze belooft om nog vaak op bezoek te komen. “We zijn niet ver weg, hé, mama.” zegt de zoon. “Dus dit is toch echt geen afscheid.”

Ik zwaai ze uit. Het huis is weer van mij. Mijn spullen staan weer op hun eigen plek. Ik ruim hun kamer op, vind een achtergebleven sok en sta even stil bij het voorrecht dat ik had om deze twee kinderen zo dichtbij te weten. Het was mooi in al zijn vormen. Ik mocht even getuige zijn van hoe zij zich stilaan voorbereiden op het ouderschap. Ik zag en leerde dat hun levenswijze heel overtuigend is, en hoe eerlijk en trouw ze blijven aan zichzelf. Ze vormen een geolied duo en worden uitmuntende ouders. Zeker weten. In zekere zin werd het dus toch een afscheid.

Afscheid van een tweezaamheid, van mijn kind als kind, naar een kind met een kind.

IMG_9124.jpeg